2. Behind a different desk

Serendipiteit

Een tijdje geleden werd ik gevraagd om voor CaRré een stukje te schrijven waarin ik niet alleen mijn werk als promovendus diende te beschrijven maar ook een bijdrage diende te leveren aan de rubriek “Achter een ander bureau”. In mijn geval wissel ik het management van de afdeling verslavingspreventie van de Mondriaan af met een promotie traject bij CAPHRI. Allereerst roept dit natuurlijk de vraag op waarom je op je 49ste nog aan zo’n hachelijk avontuur begint. Dat is eigenlijk heel simpel: als manager van een kleine afdeling had ik niet de ambitie om nog meer mensen dan de 18 die ik nu leiding geef aan mijn span of control toe te voegen. Omdat ik toch een sterke drang had om te groeien in mijn werk, lag het voor de hand het te zoeken in het inhoudelijke.

Bij het nadenken over het grote voordeel van mijn “twee bureaustoelen” stuitte ik bij mijzelf op mijn voorliefde voor serendipiteit, een moeilijk woord waarmee je je volgende feestje kunt opvrolijken. Serendipiteit is een verassende waarneming gevolgd door een juiste abductie. Simpel gezegd: een toevallige ontdekking, iets dat je niet zocht maar toch vond, en waar je blij mee was. De ontdekking van penicilline of van Beriberi als gebreksziekte zijn schitterende voorbeelden van dit fenomeen. Wat te denken van Newton die een appel op zijn hoofd kreeg! En hoewel serendipiteit niet onderwezen wordt op de meeste universiteiten ben ik ervan overtuigd dat het wel een van de belangrijkste manieren is waarop echt belangrijke wetenschappelijke vooruitgang geboekt wordt, maar dat is een ander stukje. Nou ben ik als promovendus niet op de spreekwoordelijke penicilline gestuit en moet ik ook op mijn andere werkplek geen te grote broek aantrekken, maar wat ik wel gemerkt heb is dat de dilemma’s en vragen waar je op je ene werkplek mee zit, vaak door toevalligheden en invallen op de andere werkplek worden beantwoord. Door de afstand die je creëert door af en toe ergens anders te werken, ga je als het ware beter de bomen en het bos zien.

Dit vraagt natuurlijk om concrete voorbeelden. Zo kun je op de universiteit opeens tijdens een gesprek met een collega een ingeving krijgen die je goed kunt gebruiken bij het voeren van een jaargesprek met een Mondriaan-collega. Zo kan een slimme vraag van een collega in een preventie-overleg je helpen een dilemma bij het schrijven van een wetenschappelijk artikel op te lossen.

Ooit in een grijs verleden werkte ik bij de Jellinek waar ik – net als nu bij CAPHRI en de Mondriaan– vooral sympathieke collega’s had. Eentje daarvan, Joost, had een raar trekje. Hij had namelijk altijd aan één andere collega een bloedhekel. Herken je het type collega? Of heb je zelf op dit moment ook diepgewortelde wraakgevoelens tegen je baas of een directe collega? Het object van Joost’ haat kon snel wisselen maar zijn walging was er niet minder diep om. “Hij hep eg een fijand nodig”, zei een Amsterdamse collega daarover. Nou heeft iedereen net als vrienden, waarschijnlijk ook vijanden nodig. En waarschijnlijk geldt in een organisatie net als in het echte leven: kies je vrienden, maar zeker ook je vijanden, met zorg.

Hoewel Joost met zijn vijandbeeld nog ver van mijn bed is, moet ik toegeven dat ik zo’n vijf jaar geleden ook wel eens uit een vergadering of bespreking kwam met het gevoel dat ik net een excursie door een wespennest gehad had. … Herkenbaar? Ik troostte me dan met de gedachte dat iedereen dat wel af en toe op zijn werk zal hebben.

Maar hoe ga je verder nou om met dat soort gevoelens? En nu komt dan mijn grootste ontdekking van de laatste vier jaar: door op twee werkplekken te werken wordt alles relatiever. Je denkt eerder “ach overal is wel wat”, en “die zak (m/v) bedoelt het misschien ook nog niet zo slecht. En misschien heb ik in mijn gedachten een karikatuur van deze persoon gevormd en lijd ik aan tunnelvisie. En kijk eens hier op de universiteit is ook van alles gaande”. En zo word ik nog mild op mijn oude dag! Conclusie: het werken op twee werkplekken heeft veel lichamelijk leed voorkomen wegens het molesteren van bepaalde collega’s  (hier moet nu zo’n smiley tussen haakjes staan!!). En ja, zo ontdek je een bepaalde rust in jezelf waar je niet bewust naar op zoek was (serendipiteit), maar waar je wel heel blij mee bent.

Hans Dupont